We koppelen onze waarneming meestal meteen aan benoemen. We nemen
niet alles gewoon waar zoals het is, maar benoemen alles om ons heen.
Daarmee is eigenlijk de volledige waarneming afgesloten. Dat niet alleen, door de
naam die je geeft, koppel je het heden meteen aan het verleden of de toekomst, aan
alles wat daarmee samenhangt. We noemen dat vaak een trigger, maar dat is een
waarneming die je benoemt en daarmee koppelt aan iets anders. Je maakt het leven
subjectief, er is geen eenvoudige observatie meer. Je verdwijnt daarmee vaak
ook meteen in je hoofd, in je gedachten over die trigger. Om er bijvoorbeeld na
een uur achter te komen, dat je helemaal ‘weg was’.
Je kan oefenen in het niet meer benoemen, om daarmee je
waarneming open te houden en in het hier en nu te blijven. Dat kan in je
gewone, dagelijkse bestaan. Je gaat bijvoorbeeld je huis opruimen. Je doet dat
dan gewoon, zonder alles een naam te geven. Gewoon zijn met wat er allemaal is
en gebeurt, dus ook zonder enig oordeel. Je doet het gewoon, stap voor stap, meer
niet. Geen naam meer. Zo blijf je in het
hier en nu en blijf je ook uit piekeren over verleden of toekomst. En je zal merken
dat het doodgewone leven prettige ervaringen brengt, juist omdat je in het hier
en nu volledig aanwezig bent.