Als je je spiritueel ontwikkelt, ga je het ego doorzien en meer
voor het liefdevolle kiezen. Een van de ego-aspecten is het idee van
concurrentie.
Het maatschappelijke systeem is gebaseerd op het idee dat concurrentie goed is, dat je
beter moet worden dan de ander en daarmee rijker en machtiger. Dat wordt ons zelfs via het
onderwijs aangeleerd; leer meer, dan word je rijker en machtiger. Het
bedrijfsleven, bankwezen, het hele economische systeem functioneert vanuit dat
idee. In de politiek en baseert men zich ook daarop. We leven zogezegd in een
egogestuurde wereld.
Het ego ziet zichzelf en andere mensen als losstaande
universumpjes, die elkaar moeten bestrijden om te overleven, desnoods ten koste
van de ander. Het gevolg is altijd dat als de ene rijk is, de ander armer is, dat
als de ene macht verwerft, de ander macht verliest, er een voortdurende onderlinge
strijd ontstaat. Dit is onvermijdelijk, zolang we tenminste binnen dat concurrerende denken wensen te functioneren.
Rijkdom en macht worden door het ego enerzijds aanbeden, anderzijds als bedreiging gezien. We
verheerlijken de rijken en machtigen, willen ook zo worden. Tegelijkertijd gunnen
we het ze niet en vallen hen aan. Zelfs de allerrijksten en allermachtigsten doen
dit. In dit egoische denksysteem zal niemand ooit gelukkig zijn, al wordt ons
dat wel wijsgemaakt.
De keerzijde van ons streven naar rijkdom en macht is dus altijd dat
andere mensen arm en machteloos worden. Het ego wilt dit gevolg vergoelijken,
verzachten en ontkennen, in plaats van zij egoïsche concurrentiedenken zelf te veranderen.
- Het ego zegt bijvoorbeeld dat het niet erg wat hij doet,
want de ander kan ook bereiken wat hij heeft bereikt, als die maar voortdurend streeft naar rijkdom en macht. Vergetende dat concurrentie per
definitie verschillen zal blijven geven.
- Het ego zegt, concurrentie is goed, want het is de enige manier om je kwaliteiten te ontwikkelen, om aan je persoonlijke ontwikkeling te werken. Terwijl je juist in samenwerking elkaar kan helpen hierin en geen tijd en energie aan strijd hoeft te besteden.
- Het ego zegt te zorgen voor de allerarmsten en machtelozen,
via aalmoezen, bijstand, toeslagen en ontwikkelingshulp; zo kunnen de allerarmsten overleven.
Vergetende dat het ego zo het systeem in stand houdt en nog steeds zichzelf
meer gunt dan anderen .
- Het ego zegt, rijkdom aan de top druppelt door naar de
armsten, die worden dan rijker, dus mijn concurrentiestreven is goed voor
iedereen. Vergetende dat wanneer het economische systeem faalt, de armsten daar
het meeste last van hebben en armoede sowieso nooit zal verdwijnen als je dit
systeem handhaaft.
Wat we ons moeten realiseren dat onze wereld een egowereld
is geworden. We hebben allemaal geleerd vanuit het egoïsche denken te leven,
zijn dit normaal gaan vinden. We proberen het leed dat ontstaat binnen datzelfde
denksysteem op te lossen, in plaats van te zien dat het denksysteem zelf niet
klopt.
Alles begint in je denken. De eerste stap is. Probeer te
ontdekken waar je denken gebaseerd is op ego en het idee van concurrentie, in
alles wat je hebt geleerd, in alles wat je nastreeft. Kijk waar je per se alleen maar beter dan een ander wilt zijn en beter af wilt zijn. Tweede stap. Vermijd
oplossingen binnen het concurrerende denksysteem, door bijvoorbeeld mensen alleen maar concurrerender te
maken, of door alleen maar armoede en
onmacht te willen compenseren, of om een omkering te brengen waarin de rijksten arm worden en de armsten rijk, maar waar het denksysteem blijft.
Het nieuwe denken en doen is pas mogelijk, als je je oude denken en doen loslaat. Realiseer je dat dit meestal een proces is dat tijd kost. Vraag je niet af hoe je moet concurreren, maar waar je je samen kan ontwikkelen, echt samen kan werken zonder concurrentiestrijd, om het leven voor iedereen te verbeteren.